Zeven gewoonten voor bedlinnen

Beddengoed ligt elke nacht dicht bij uw huid. Dat verdient de nodige aandacht. Zeven kleine gewoonten bepalen vaak hoe lang het mooi, fris en aangenaam blijft.


1. Lees het wasvoorschrift

Elke stof heeft haar eigen grenzen. Het etiket vertelt eerlijk wat het textiel vraagt.


2. Gebruik niet te veel zeep

Vaak volstaat al een kleine dosis. De overtollige zeep die achterblijft in het textiel, is niet aangenaam. Vooral het water en de wasmachine doen het meeste werk.


3. Geen wasverzachter

Wasverzachter vermindert het vochtabsorberend vermogen. Bedlinnen dat geen vocht meer opneemt, voelt sneller klam aan.


4. Was wekelijks

Was bij voorkeur wekelijks, binnenstebuiten en vul de machine niet te vol. Bedlinnen heeft ruimte nodig om schoon te worden.


5. Droog met lucht

Buiten drogen blijft ideaal. Kan dat niet, hang het binnen op bij een open raam. Het duurt langer, maar het textiel vaart er wel bij. Een droogkast kan in principe ook, maar let op de temperatuur.


6. Strijk licht vochtig

Wie strijkt, doet dat best wanneer het beddengoed nog licht vochtig is. Het resultaat is strakker en vraagt minder kracht.


7. Bewaar ademend

Geen plastic, geen vacuüm. Natuurlijke vezels willen ademen, ook in de kast. Een lavendelzakje of cederhout wordt vaak toegevoegd voor de geur.


Waarom deze gewoonten werken

Beddengoed slijt niet alleen door gebruik en de beweging van het wassen, maar ook door wat achterblijft: zeepresten en vocht. Kleine zorg houdt de vezel soepeler en de stof aangenamer. Dat voelt u niet op één dag, maar wel na vele wasbeurten.


Geen overdaad

Goede zorg is meestal sober. Niet te veel wasproduct, niet te veel hitte, niet te veel druk. Textiel blijft mooier wanneer het schoon wordt zonder geweld. Dat is een oude regel, maar nog altijd een betrouwbare.

" kleine gewoonten houden bedlinnen langer zacht."​​​​

- Notitie van de Butler -