Het zijn niet de donsvlokken alleen die u warm houden. Het is vooral de lucht die ze vasthouden. Tussen miljoenen fijne vertakkingen ontstaat een laag die uw lichaamswarmte bijhoudt.
Waar het dons zit
Ganzendons groeit dicht tegen het lichaam van de gans, verborgen onder de veren. Elke donsvlok heeft fijne vertakkingen die lucht opvangen. Die lucht vormt een zachte buffer tussen u en de kamer.
Grotere vlokken, minder vulling
Grotere donsvlokken dragen meer lucht. Daardoor heeft u minder vulling nodig voor dezelfde isolatie. Het donsdeken blijft lichter, terwijl het toch warm is.
Het misverstand
Een zwaarder donsdeken is niet automatisch warmer. Gewicht kan zelfs benauwen. De isolatiewaarde zit in de kwaliteit van de vulling en in de lucht die ze kan dragen.
Wat past bij u
Wie snel koud heeft, zoekt een goede isolatielaag. Wie het snel warm heeft, zoekt luchtigheid en ventilatie. Beide vragen geen ander principe, maar een andere balans.
Het misverstand van warmte
Een donsdeken produceert geen warmte zoals een kruik. Het bewaart uw eigen lichaamswarmte in vastgehouden lucht. Dat verklaart waarom een licht donsdeken toch warm kan zijn.
Balans in twee richtingen
Een goed donsdeken houdt niet alleen warmte bij. Het moet ook kunnen ademen wanneer u te warm wordt. Comfort ontstaat precies in die balans: beschermen zonder op te sluiten.
Een laatste nuance
Zoals vaak bij goed slapen gaat het niet om één afzonderlijk detail. Materiaal, maat, zorg en gevoel werken samen. Pas wanneer dat geheel klopt, wordt comfort vanzelfsprekend en hoeft u er ’s nachts niet meer over na te denken.