Uw beddengoed in topvorm houden, is een kwestie van enkele gewoontes. Niet ingewikkeld, niet zwaar, wel consequent.
Eén. Lees het wasvoorschrift. Niet alle stoffen verdragen hetzelfde. Linnen mag warmer dan satijn. Katoen vraagt eigen aandacht. Wat het etiket zegt, klopt doorgaans.
Twee. Gebruik niet te veel wasmiddel. Wassen gebeurt vooral door water, wasmiddel versnelt het proces. Een teveel laat resten achter die de stof stug maken en de huid prikkelen.
Drie. Was beddengoed apart. Niet samen met handdoeken of grover textiel. Geen ritsen, geen knoopjes van kledij die in de stof haken.
Vier. Sluit ritsen of knoopjes van het dekbedovertrek voor het wassen. Dat voorkomt dat ze in andere stof haken.
Vijf. Lage tot middelhoge temperatuur. Veertig graden volstaat voor de meeste stoffen. Zestig alleen als u stofmijt wilt verdrijven, en de stof het verdraagt.
Zes. Niet te warm drogen. Hoge temperaturen krimpen het beddengoed en versnellen slijtage. Een matige droogtemperatuur is voldoende.
Zeven. Strijken wanneer het beddengoed nog licht vochtig is. Strakker, sneller, en met minder kracht.
Voor het donsdeken zelf, dat is een ander verhaal. Dat hoort thuis in een vakatelier zoals het onze, niet in een huisuitrusting.